Rondje 3: Middelburg met kunstenaar Liesbeth Labeur

10 februari 2022

Het pure woord wordt gecultiveerd binnen de reformatorische zuil. Een ultieme uiting hiervan zijn de 150 psalmen in de berijming van 1773. Teksten die iedereen uit de subcultuur op elk moment van de dag kan opdreunen; want deze zijn op school, thuis en in de kerk eindeloos herhaald. Woorden die behoren tot de ‘Tale Kanaäns’ en die woordkunstenaar Liesbeth Labeur (1975) regelmatig in haar werk laat terugkomen. In de vorm van geluidsfragmenten of beelden gebaseerd op zinnen en woorden uit haar reformatorische jeugd. Een van haar allereerste werken is geïnspireerd op de tekst: ‘Zo Hij vertoeft, verbeidt Hem; want Hij zal gewisselijk komen’. Labeur: “Er zijn soms zulke rare woorden en combinaties van woorden dat je niet weet wat je erbij moet denken of verbeelden.”

Labeur werd gedoopt in de gereformeerde gemeente Middelburg-Zuid, vertrok in haar eerste levensjaar met het gezin naar Curaçao en keerde op haar elfde terug om zich als gezin aan te sluiten bij de Gereformeerde Bondsgemeente in Sirjansland. Tussendoor studeerde ze aan de Sint Joost Academie in Breda, maar Zeeland en specifiek Middelburg was uiteindelijk dé plek om te wonen en werken. Naast de vele kunstwerken die ze maakte en exposeerde in Middelburg en daarbuiten schreef ze de beeldromans ‘Op weg en reis’ en ‘Een lamp voor mijn voet’. De titel van het laatste boek is gebaseerd op Psalm 119:53a:

Uw woord is mij een lamp voor mijnen voet,
Mijn pad ten licht om ’t donker op te klaren.
Berijming 1773

De wandeling langs de werken van Liesbeth Labeur start bij het Centraal Station van Middelburg. De Stationsstraat uit, over het water, rechts de Londensekaai oplopen, die overgaat in de Rouaansekaai. De smalle steegjes tussen de Rouaansekaai, onder de Kuiperspoort door, en de Dam zijn de moeite van waard om tussendoor te struinen. Een kruip-door-sluip-door om het 17de eeuwse Middelburg aan je lijf te voelen. De plek waar vroeger tonnen en kuipen gemaakt werden.

De Spijkerbrug over en links de Dokbrug op richting Touwbaan, vanaf hier heb je mooi zicht op de oude VOC werf (1). Onder verantwoordelijkheid van de VOC Kamer Zeeland werden in de periode van 1602 tot 1799 op deze oude VOC-werf zo’n 336 Oost-Indiëvaarders gebouwd. Na de opheffing van de grote handelscompagnieënVOC en WIC wist de MCC (Middelburgsche Commercie Compagnie, 1720-1889) zich als enige te handhaven, onder andere met de lucratieve mensenhandel in tot slaaf gemaakte Afrikanen. Een thema dat regelmatig terugkomt in Labeurs werk is het slavernijverleden van Middelburg. Ze is geregeld in het MCC-archief te vinden, dat is ondergebracht in het Zeeuws archief (4), waar gedetailleerde gegevens over de MCC-handelsreizen te vinden zijn. Een bijzonder compleet archief dat in 2011 uitgeroepen werd tot werelderfgoed. Ooggetuigen van de trans-Atlantische mensenhandel vertellen in logboeken, brieven en persoonlijke getuigenissen over het leven aan boord van de schepen. De informatie die ze hier vindt, gebruikt ze in haar werk. Zoals haar performance waarbij ze 130.000 kinderkopjes zittend op haar knieën nummerde (zie 3).

Terug over de Spijkerbrug, rechts de Beatrixbrug over en links de Nederstraat in. Aan het einde van de straat doemt de Oostkerk (2) op: de achthoekige koepelkerk die gebouwd werd tussen 1664 en 1667. Tegen de sobere reformatorische traditie in zit de kerk vol details uit de Renaissance. Vanaf de opening in 1667 was hier elke zondag een eredienst tot 1 juli 2015; de dag dat de kerk definitief haar deuren sloot als onderkomen van de Ned. Hervormde kerk. De kerk is regelmatig open voor bezichtigingen. Binnenin de kerk is Labeurs ‘Dwalen in de kerk’ uit het boek ‘Op weg en reis’ levendig voor te stellen. “Mijn kunstenaarschap bestaat uit de woordcultuur van de kerk verbeelden, uit de subcultuur waar ik in opgegroeid ben. Een onontgonnen landschap, zo voelt dat. Een zoektocht naar mijn eigen identiteit, net als collega-kunstenaars dat doen. Je bent je er niet van bewust, maar bij alle woorden die gezegd worden, vorm je een eigen beeld. Je ontwikkelt je eigen beeldtaal. En omdat het een beschermde subcultuur betreft, de reformatorische zuil, wordt het een al dan niet door anderen gedeelde beeldtaal. Zoals het stripverhaal wat ik gemaakt heb over een meisje dat naar de kerk gaat in ‘Op weg en reis’ en hoe dat voor mij voelde als een dominee preekt en wat ik in gedachten deed als ik in de kerk zat. Ik zwierde van kroonluchter naar kroonluchter, zoals in het boek beschreven wordt, en zo heeft iedereen zijn eigen verhaal over wat hij doet in verbeelding.”

Via de Ganzengang terug de Veersebolwerk in, rechtdoor om het bastion lopen, rechts de Koepoort in, via de Koepoortlaan schuin het Molenwaterpark doorsteken. Rechtdoor de Bleek in en aan het einde rechts naar de Spanjaardstraat. Aan het einde via de Sint Pieterstraat naar de Balans.


Slaverijmonument (3)
op de Balans. Dit is de plek waar Labeur in 2014 haar kunstperformance wilde laten eindigen, op 1 juli de dag van Keti Koti (herdenking van de afschaffing van slavernij). Vier weken lang ging zij op haar knieën voor het slavernijverleden van Middelburg. Letterlijk. In het verleden zijn er volgens historici 270.000 slaven in Zeeland verhandeld. Het Middelburgs aandeel zou bestaan uit iets minder dan de helft. Labeur zette met een stempel van 1 tot 135.000 een cijfer op ieder kinderkopje dat ze tegenkwam in het centrum, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. “Een knieval voor onze schuld, een gebaar naar alle mensen die verhandeld werden door mijn stad.” De verf die ze gebruikte bij het stempelen was niet permanent en is uiteindelijk verdwenen. Bij nummer 135.000 bleven er nog veel meer kinderkopjes ongenummerd over. Waarmee ze de mythe had ontkracht, maar het gebaar niet minder sterk was.

Op de muur in de buurt van het slavernijmonument heeft Labeur voor 2023 in de planning staan om een herdenkingsbord te plaatsen onder de titel: #Smytegelt (1665-1739) #eenigetroost. Slavernij en kaapvaart waren in de tijd van dominee Smytegelt belangrijke inkomstenbronnen voor kooplieden uit Middelburg en Vlissingen. Smytegelt verwierp deze handel en noemde slavernij een grove en verschrikkelijke zonde. Het maakte hem niet geliefd bij de rijke handelaren en regenten uit Middelburg. In boeken van Smytegelt begin 18de eeuw staat dat slavernij, dieverij is. “Nu zegt God, dieven houdt uwen handen van uwes naasten goed af, steelt niet. Eerst kunnen wij grote dieverij begaan met een mens te stelen. Dat soort van dieverij wordt begaan in den slavenhandel. Wie een mens steelt, zegt God, zal zekerlijk gedood worden…’

Aan de Balans is ook de ingang van CBK Zeeland (4) te vinden, centrum voor beeldende kunst. In de zomer van 2022 werd voor de derde keer de grote manifestatie Façade in de openbare ruimte georganiseerd. CBK Zeeland wil hiermee aandacht vragen voor het thema: de vrijwaring van vrees. Façade 2022 onderzoekt de vrijheden van onze samenleving, en stelt de vraag in hoeverre beeldvorming of uiterlijk vertoon – façades – onvrijheden maskeren. Labeur is een van de deelnemende kunstenaars. Op de wand in de fietstunnel onder het spoor van de Kanaalweg naar de Segeerssingel (11) heeft ze een zin getegeld. In kobaltblauw. Woorden die tegelijk beeld zijn: ‘Geen oord ter wereld meer beschermd door dijk en duin’. “Vrijelijk geshopt in het volkslied van Zeeland”. Een dienstbaar kunstwerk: “Dienstbaar aan het klimaat en leuk voor de mensen die het Zeeuwse volkslied mooi vinden,” aldus Labeur. De tegels blijven na afloop van Façade zitten, oftewel het kunstwerk is een blijvertje.

De Wagenaarstraat inlopen die overgaat in het Hofplein. Met op de hoek de ingang van het Archief MCC/Zeeuws archief (4). De tekst op de muur verwijst naar de toevallige ontdekking van Paaseiland door Middelburger Jacob Roggeveen, die in 1721-1722 een reis maakte. In het gebouw, een combinatie van een oud stadspaleis uit 1765 én een modern gebouw uit 1999, wordt ieder jaar tijdens de wake, de dag voor Keti Koti, een dialoogtafel georganiseerd. Aan een lange tafel zit een wit iemand tegenover iemand van kleur en worden een aantal stellingen besproken. Labeur schuift elk jaar aan tafel tijdens de wake: “Een hele goede traditie wat mooie gesprekken oplevert.”

Loop een stukje terug en ga rechts onder de Brouwerijpoort door, aan einde van de steeg, links, dan rechts tot aan de Bogardstraat. Links Bogardstraat in, rechts Korte Burg en dan onder de Burgpoort door naar het Zeeuws Museum (5), gevestigd in de middeleeuwse abdij. Het voormalige klooster waar vanaf 1100 monniken rondliepen heeft vier torens, diverse poorten en in het midden een plein. Vanaf 1574 werd de abdij omgedoopt tot Het Hof van Zeeland, ook wel het provinciale bestuurscentrum van Zeeland. Het complex met het prachtige uiterlijk ademt nog altijd historie, maar functioneert als museum. ZM Tekenen is de tekenclub van het Zeeuws Museum waar Labeur diverse werken voor maakte. “Ik onderzoek in mijn werk de kleuren zwart. Mooi en sober om daarmee bezig te zijn. Een vorm kan zijn dat ik een recept voor inkt heb gevonden in het archief en daar dan allerlei tekeningen mee maak. Zwart en sober is ook het calvinisme dat ik in mijn genen heb. En staat voor de reformatorische zwarte kousen of het onderwerp zwart/wit.”


Steek het plein over, de poort door naar de Koorkerkhof, rechts de Onder den Toren in, en zie daar de 90,5 meter hoge Abdijtoren van de Lange Jan (6). De toren met 207 treden is te beklimmen, en geeft vanaf boven een fantastisch zicht over de stad en wijde omgeving. De Lange Lang dateert uit de tweede helft van de veertiende eeuw. De toren is diverse malen door brand beschadigd. In 1568, 1712 en in mei 1940.

Een mooie plek om te mijmeren over de binnenkamer, een thema wat vaker terugkomt in Labeurs werk. De binnenkamer als in ‘de plaats waar je je afzondert, je terugtrekt om de aanwezigheid van God te zoeken’, zoals binnen de zuil alom bekent. Labeur: “Voor de een is de binnenkamer een woord en voor de andere complete ruimte, dus of het gaat om centimeters of om vierkante meters. Zo kan je berekenen hoe groot gemiddeld genomen de binnenkamer is, afgezet tegen de mensen die niet meer kerkelijk zijn, en dan weet je hoeveel vierkante meter binnenkamer er niet gebruikt wordt en leegstaat. Zoals bij de leegstand op een industrieterrein. Dat mijmeren dat kan overal. Ik heb zelf een heel duidelijk beeld van mijn binnenkamer: een hoog vertrek met grijze, betonnen muren waar het schemerduister is. Er staat verder niets en het is er stil. Heel hoog rechts bovenin is een klein raampje.”


De Nieuwe Kerk (7), achter de Lange Jan, maakt net als de Lange Jan deel uit van het historische Abdijcomplex, met zijn oorsprong in de 12e eeuw. In de Nieuwe Kerk nam Labeur in 2017 deel aan de groepstentoonstelling ‘Beeldenstorm’, met het werk ‘Schietgebedjes’. Een interactieve installatie waarbij de bezoekers zelfgeschreven schietgebedjes met een blaaspijpje naar het plafond konden blazen.


Onder den Toren uitlopen de Nieuwe Burg in en rechts de markt oversteken naar het stadhuis. Het oude stadhuis met zijn laatgotische torentjes, rood-witte luiken en de hoge vensters. Bij de Middelburgers zelf staat de toren bekend als Malle Betje, omdat de klok altijd achterloopt bij die van de Lange Jan. In het stadhuis is tegenwoordig de Vleeshal (8), centrum voor hedendaagse kunst, gevestigd. Een van de werken van Labeur die hier tentoongesteld zijn, in 2015, is de installatie ‘Nachthutje in de komkommerhof’. In het programmaboekje werd het nachthutje als ‘een schuilplek te midden van rumoer, een plek van geborgenheid waar reflectie mogelijk is’ geduid. In de grote expositieruimte was een systeemplafond aangebracht met vijf openingen. Met ladders kon je omhoogklimmen en je hoofd door het plafond steken; in de bovenwereld. Daar in het donker lagen uitgeknipte teksten, die door lampjes beschenen werden. Een ander werk dat hier in 2008 tentoongesteld is, is de installatie ‘brede weg, smalle weg’, zoals beschreven in Mattheus 7: 13-14. De brede weg naar het verderf die leidt langs verlokkingen, zondig en zelfzuchtig gedrag, wereldse comfort en overdaad. En de sobere smalle weg die ten leven leidt, oftewel naar God. In de installatie kon je over een rode loper de brede weg bewandelen die uiteindelijk in een ballenbak met gele, oranje en rode ballen eindigde, kleuren die verwijzen naar de vlammen van de hel op de bekende plaat van de brede en smalle weg. En er was ook een smalle weg. Moeilijker te vinden, maar ook met een beloning aan het einde.

Na het stadhuis, de Lange Noordstraat in, linksaf naar de Sint Antheunisstraat door tot aan de Penninghoeksingel. Op de exacte plek waar tot 1959 de Smytegeltbrug (9) over de Middelburgse singel naar de Herengracht stond, is als het goed is een bordje te vinden. Dominee Bernardus Smytegelt was gereformeerd predikant in Middelburg van 1695 tot 1735. Over Smytegelt bestaat een hardnekkige mythe: het verhaal van ‘De engelenwacht’. Een wonder dat zich zou hebben voltrokken op de Sint-Jorisbrug. Smytegelt werd op een stormachtige herfstavond uit zijn bed geklopt. Haastig kleedde hij zich aan en wandelde door de donkere straten van de stad. Bij de Sint-Jorisbrug passeerde hij twee mannen, die hij aanzag voor matrozen op weg naar hun schip. Aangekomen bij het opgegeven adres bleek er geen zieke bewoner te zijn die om pastorale hulp had gevraagd. En zodoende keerde Smytegelt onverrichte zake terug naar huis. Twee jaar later werd hij opnieuw in het holst van de nacht gewekt om naar een herenhuis te gaan, waar een raadsheer op sterven lag. Deze raadsheer biechtte op zijn sterfbed aan Smytegelt op dat hij hem destijds met de hulp van een vriend had willen vermoorden. Na hem met een valse boodschap naar buiten te hebben gelokt, hadden ze hem over de brugleuning in de gracht willen gooien. Op dat moment werden zij echter door een grote schrik weerhouden. Naast Smytegelt zagen zij een wacht van engelen met vlammende zwaarden, die hem op zijn weg door de stad begeleidden. Zonder dat de pastoor het zelf had geweten, had deze gebeurtenis tot de bekering van de twee mannen geleid.


Labeur heeft een aantal portretten van Smytegelt getekend, die op haar website terug te vinden zijn. Omdat er nergens een portret van hem te vinden is, heeft Labeur zich laten leiden door een aantal feiten die over hem bekend zijn, zoals dat zijn stem klonk als een klok.

Steek de Seisminnenbrug over, loop de Langs de Seismolen via de Walensingel de Seissingel en Langevielesingel af met het water aan je linkerkant.  Via de Zandstraat langs de Kloveniersdoelen. Het monumentale pand aan de Achter de Houttuinen met de karakteristieke rood-witte luiken voor de ramen uit 1607. De doelen was oorspronkelijk de oefenplek van het schuttersgilde waar de Kloveniers met hun ‘handbussen’ schoten. Inmiddels is het een multifunctionele plek met grand-café, cinema en expositieruimte.Via de Langeviele en Beenhouwerssingel door de Koestraat, Hoogstraat, Nieuwe haven en Houtkaai de Segerstraat in, met op nummer 30 de Christelijke boekhandel (10) Den Hartog. De boekhandel en uitgeverij met een familiegeschiedenis die teruggaat naar 1898. Ook de beeldromans van Liesbeth Labeur zijn in deze winkel te verkrijgen.


Via de Herenstraat terug naar de Houtkaai, de brug over naar de Stationsstraat en voor het CS nog even door de tunnel in op de Kanaalweg (11) om het nieuwste kunstwerk van Liesbeth Labeur te bekijken.